De Goudsbloemlaan: hoe een prijsvraag van de Haagse Kunstkring een buurt vormgaf

In 1921 speelde de Haagse Kunstkring een onverwacht centrale rol in de vormgeving van een nieuw deel van Den Haag: de Goudsbloemlaan in de Bloemenbuurt. De gemeente schreef een prijsvraag uit voor het ontwerp van 176 woningen, winkels en een centraal plein. Die prijsvraag werd mede georganiseerd door de vereniging Onderneming en Vrijheid en ondersteund door architecten van de afdeling Bouwkunst van de Haagse Kunstkring.

De inzendingen – maar liefst 37 ontwerpen – werden in het gebouw van de Kunstkring tentoongesteld. De jury bestond onder meer uit leden van de Kunstkring, waaronder W. van Boven en H.P. Berlage. Daarmee werd de Kunstkring niet alleen een plek voor debat en ontmoeting, maar ook een podium voor vernieuwende stedenbouw. Wat volgde was een ontwerp dat zowel architectonisch als stedenbouwkundig veel waardering kreeg, met name door het samenspel van woningen, groen, en doordachte gevelstructuren.

Het onderstaande artikel is geschreven door Otto Das, architect. Hij doet onderzoek naar woningbouw uit de twintigste eeuw en de gevolgen van de aanleg van de Atlantikwall voor de stedelijke ontwikkeling in de Bloemenbuurt van Den Haag. In ‘Wijkwijs’ het wijkorgaan van de Bloemenbuurt verschijnen regelmatig publicaties over zijn onderzoeken.

Deze tekst is eerder verschenen in Wijkwijs 2024 een uitgave van het wijkberaad Bloemenbuurt De Hyacint, jaargang 46, maart 2024, nummer 1.

Je leest hoe het ontwerp tot stand kwam, wat ervan terechtkwam en hoe oorlog, wederopbouw en planologische keuzes het oorspronkelijke idee uiteindelijk ondermijnden:

140 Anemoon-Goudsbloemlaan, bovenaanzicht

De Goudsbloemlaan was vanaf het begin in 1922 het ruimtelijke centrum van de Haagse Bloemenbuurt. Daarom werd aan het ontwerp grote aandacht besteed. De gemeente schreef een prijsvraag uit en werd daarbij geassisteerd door de vereniging Onderneming en Vrijheid. Het was een combinatie van kleinere bouwondernemers die graag een deel van de bebouwing van de Goudsbloemlaan tussen Irisstraat en Begoniastraat wilden uitvoeren. De vereniging werkte samen met architecten aangesloten bij de afdeling Bouwkunst van de Haagse Kunstkring en streefde naar beter contact tussen particuliere bouwondernemers en architecten. In overleg met de Dienst voor Stadsontwikkeling, afdeling Volkshuisvesting, schreef de gemeente een prijsvraag uit met een indrukwekkend resultaat.

1926 Poortgebouw Een poortgebouw gaf toegang tot de anemoonstraat en het wijkgebouw de Hyacint. Nu is links gevestigd de bakkerij Segaar en helemaal rechts restaurant Beau. Alles daartussen is na 1934 gesloopt en door nieuwbouw vervangen
ARCHITECTENPRIJSVRAAG

Voor het plan van 176 woningen werd een uitvoerig programma van eisen opgesteld. Van aantallen woningen tot winkels, alles werd vooraf nauwkeurig vastgesteld. Ook de positie van twee poortgebouwen aan de lange zijden van het ‘plein’ die toegang zouden geven tot de Anemoonstraat. Tussen de Irisstraat en de Begoniastraat werd de Goudsbloemlaan verbreed tot 44 meter zodat in het midden een plantsoen kon worden aangelegd. Het was reden om dit gedeelte van de laan in het begin ‘Goudsbloemplein’ te noemen.

Een deskundige jury werd aangesteld om de ingezonden plannen te beoordelen. Voorzitter was de architect de heer W. van Boven (1969-1940), tevens lid van de Haagse Kunstkring. Zijn medelid van de Kunstkring dr. H.P. Berlage (1856-1934) zat ook in de jury. Vanaf 1906 was Berlage verantwoordelijk voor veel stedenbouwkundige plannen in Den Haag.

Op 20 april 1921 werden liefst 37 ontwerpen in de Haagse Kunstkring tentoongesteld. Daarbij werd niet één, maar werden twee eerste prijzen uitgereikt van f 750,- (nu € 13.000,-) door burgemeester mr. J.A.N. Patijn (1873-1961).

1922 Blauwdruk ombouwen Goudsbloemplein

Hij wees op het vruchtbare idee om een prijsvraag uit te schrijven nu de ‘stede-mishandeling door de Haagse bouwverordening onmogelijk was gemaakt’. De prijzen gingen naar de heer J.W. van der Weele (1888-1948) voor zijn ontwerp met de meest geslaagde plattegronden en de heren J.M. Luthmann (1890-1973) en R.J. Herman (1895-1965) vanwege hun ontwerp van de gevels. Aan de drie ontwerpers gezamenlijk werd de uitwerking van het uitvoeringsontwerp opgedragen.

1931 Goudsbloemlaan Gebogen metselwerk bij de poort, een kunststukje
EINDONTWERP

In het eindontwerp zijn veel driehoekige erkers onder 30 graden toegevoegd. Dat was bij de poortgebouwen, de hoekwoningen en naast de trappenhuizen. Boven de paarse onderbouw is de bovenbouw opgemetseld in lichtgele steen. Tussen beide kleuren van het metselwerk werd een band in beton aangebracht rondom de dragende staalconstructie. Het ontwerp van het plantsoen was van de hand van de heer P. Westbroek (1863-1926), naar wie later het bekende park is vernoemd. Zo ontstond een plan dat grote waardering oogstte en de Bloemenbuurt werd bekend door uitstapjes naar de fraaie architectuur en de prachtige Haagse plantsoenen.

SLOOP EN BOMBARDEMENT

Het fraaie plan was maar een kort leven beschoren. Vier dagen na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 volgde het bombardement op Rotterdam waarop Nederland capituleerde en was ook hier de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Naast alle persoonlijke leed kreeg de Bloemenbuurt een enorme aanslag te verduren. De Duitse bezetters gaven in 1943 opdracht om duizenden woningen te ontruimen en te slopen voor de aanleg van de Atlantikwall. Zij vreesden een invasie van de geallieerden vanaf de Noordzee en alle gebouwen in een 500 m brede zone moesten worden afgebroken. De Duitsers lieten een 2500 km lange verdedigingslinie aanleggen van Noorwegen tot Spanje. In Den Haag moest een zone parallel aan de kust worden vrijgemaakt. Duizenden woningen, het Stokroos Lyceum en het Ziekenhuis werden afgebroken.

1945 Goudsbloemlaan
WEDEROPBOUWPLAN DUDOK

In 1945 stond de Bloemenbuurt er gehavend bij. Den Haag stond voor een enorme opgave, de woningnood was enorm en voor de aangetaste wijken moesten snel nieuwbouwplannen komen. De architect Willem Dudok (1884-1974) had in 1934 al plannen gemaakt voor de stadsuitbreidingen in Den Haag West. Twee dagen na Bevrijdingsdag op 5 mei 1945 kreeg Dudok opnieuw twee opdrachten van het Haagse gemeentebestuur: de herbouw van het centrum en de herbouw van de zone Atlantikwall.

1945 Poortgebouw
GESLOTEN BOUWBLOK EN STROKENVERKAVELING

Aan het begin van de 20e eeuw was het gesloten bouwblok als stedenbouwkundig principe nog gebruikelijk. Daarbij werden woningen geplaatst rond de vooraf geplande openbare ruimten, zoals straten, lanen en pleinen. In dat geval liggen de minder publieke achterkanten van de woningen aan de binnenkant van een huizenblok.

Daar kwam in 1928 verandering in toen de architecten van de CIAM (Congrès Internationale d’Architecture Moderne) nadrukkelijk de strokenbouw als nieuwe vorm van verkaveling naar voren schoven. Dudok had in zijn eerdere plannen al laten zien dat hij een aanhanger was van deze moderne stijl. Zie bijvoorbeeld de flats die dwars staan op de Sportlaan. Daar is goed zichtbaar hoe bij een open verkaveling de gebouwen rondom in de openbare ruimte staan en hoe deze verkaveling verschilt met stedenbouwkundige plannen volgens het principe van het gesloten bouwblok.

In de toelichting op zijn plan voor de herbouw in de zone Atlantikwall schrijft Dudok: ‘Hoewel de vernielde wijken hier en daar ongetwijfeld de bekoring bezaten van weelde en openheid, dienen zij toch zeker niet in de oude vorm te herrijzen. Want dit gehele verwoeste gebied ligt in een stadsdeel zonder ritme, zonder spanning, zonder differentiatie: het was een strook in een vlakke, eentonige stad’ Daarmee zette hij zich nadrukkelijk af tegen de opvattingen van Berlage, zijn voorganger als stedenbouwkundige van Den Haag.

De Goudsbloemlaan was nog gebouwd op basis van het principe van het gesloten bouwblok. Gezien de uitspraken van Dudok kan het voor de gemeentelijke diensten geen verrassing zijn geweest dat hij geen aandacht besteedde aan de herbouw van het gesloopte deel van de Bloemen-buurt. Helaas kwam Dudok ook niet met een vervangende stedenbouwkundige opzet met aandacht voor de aansluiting van de nieuwbouw op de gehavende wijk.

DUBIEUS RESULTAAT

Nu loopt de Segbroeklaan pal naast het verlengde deel van de Goudsbloemlaan met slechts een fietspad ertussen, een onbegrijpelijke vergissing. Het resterende deel van de verbrede Goudsbloemlaan is een parkeerterrein. Er is nieuwbouw verschenen met een poort die slechts één verdieping hoog is, met vele aanrijdingen tot gevolg. In de oorspronkelijke situatie had het poortgebouw een hoogte van anderhalve verdieping, zodat grote voertuigen goed konden passeren. Voorbij de poort is een grote supermarkt verschenen waarvan de locatie op zijn zachtst gezegd twijfelachtig is. Na het enthousiaste onthaal door de gemeente in 1921 is het onbegrijpelijk dat de gemeentelijke stedenbouwkundige dienst deze manco’s niet heeft kunnen voorkomen.

Van het oorspronkelijke plan zijn nog restanten aanwezig. Ook zijn veel driehoekige erkers gespaard gebleven. Als u boodschappen gaat doen, kijk dan eens naar de portieken en op de hoek van Irisstraat en Begoniastraat om te genieten van het vakmanschap en de bijzondere erkers van honderd jaar geleden.