Haagse Kunstkring: werk verzameld 1977 / afdeling: Toonkunst

De Haagse Kunstkring heeft lange tijd een belangrijke rol gespeeld in het muziekleven van Den Haag. In dit verhaal onderzoekt Chris Verhoog de geschiedenis van de ‘Vierde Afdeling Toonkunst’, die musici en componisten een podium bood. De concerten trokken bezoekers uit verschillende kringen, onder wie leden van het Koninklijk Huis en internationale componisten.

Verhoog laat zien hoe muziek binnen de Kunstkring werd georganiseerd, welke musici er optraden en welke werken er werden uitgevoerd. Hij baseerde zich op archiefmateriaal, programma’s en kritieken en plaatst de ontwikkelingen in een bredere context. Zijn verhaal maakt duidelijk hoe muziek een vaste plaats had binnen de Kunstkring en hoe dat in de loop van de tijd veranderde.

Chris Verhoog (1923-2001) was bas-bariton, dirigent en koorleider. Hij studeerde zang en stemvorming bij Jitske Steendam en leidde verschillende koren, waaronder Gouda’s Liedertafel en het Koninklijk Schiedams Mannenkoor Orpheus. Naast zijn werk als uitvoerend musicus hield hij zich bezig met koorscholing en de opleiding van dirigenten.

 

Haagse Kunstkring: daar zat (zit?) muziek in!

door Chris Verhoog

Wie de huidige stand van zaken op velerlei gebied gaat vergelijken met vroegere tijden, komt vaak tot verrassende ontdekkingen. Als amateur musicoloog zoals schrijver dezes zich, ondanks zijn status van beroepsmusicus, pertinent wenst te beschouwen, ga je ook op zoek naar verbanden en relaties.

Johan Wagenaar dirigeert ‘De Schipbreuk’ 3 maart 1896 (gouden boek)

Er doemen vragen op en iedere vraag genereert weer nieuwe vragen.

Waarom, zo zal de trouwe HKK-aanhang echter vragen, staat in de titel van dit verhaal het woordje ‘zat’ en is ‘zit’ tussen haakjes geplaatst en dan nog wel met een vraagteken? Wel, dat heeft te maken met de verrassingen die een onderzoekje naar de muzikale geschiedenis van de HKK aan het licht brachten. Welke verrassingen zijn er dan te melden?

Bladzijde uit het Gouden Boek met de handtekeningen van o.a. Ernest Chausson, A. Scriabin en Vincent d’Indy, met een portret van de laatste door Josselin de Jong

Allereerst, de constatering uit jaarboeken en notulen van de Haagse Kunstkring dat de vierde afdeling kennelijk van zo grote betekenis was dat de concerten werden bezocht door meest vooraanstaanden in het toenmalige ‘Haagse wereldje’, maar ook door die van ver daarbuiten. Zo mochten meerdere malen Koningin Emma en Prins Hendrik onder de gasten worden gerekend, bezochten (eigentijdse!) componisten als d’lndy Chausson, Skriabin, Bortkiewicz, Diepenbrock, Voormolen, Dresden, Liliën en vele anderen, regelmatig de Kring en werden werken uitgevoerd van de jongste Frans componisten­ generatie in een tijd dat vrijwel ons gehele Nederlandse muziekleven Duits georiënteerd was.

Daarnaast werd een groot Nederlands zanger als Jos Orelio in de Kring gehuldigd, waren er regelmatig concerten met werken van eigentijdse Nederlandse componisten en was het min of meer traditie dat de opeenvolgende directeuren van het Koninklijk Conservatorium (vroeger Koninklijke Muziekschool geheten) zoals Carel Oberstadt, Johan Wagenaar en Sem Dresden een belangrijke inbreng hadden. Wat gebeurde er veel in de Kring alleen al op muziekgebied!

Bart Verhallen, componist van de Kunstkringmars, getekend door Storm van ’s Gravensande (gouden boek)

Waar haalde men in die dagen toch dat enorme élan vandaan om iedere keer weer met nieuwe programma’s te komen? Zo geweldig rooskleurig was de tijd toch ook niet voortdurend? Laten we eens kijken naar een willekeurige periode uit de ‘crisisjaren’. Seizoen 1934-35: 10 concerten, waarvan één door een groot aantal leden van de vierde afdeling en bovendien de uitvoering van het parodistische operaatje ‘De Fortuinlijke Kist’ gekomponeerd door Johan Wagenaar. Seizoen 1935-36: 12 concerten en één Dansavond op muziek van o.a. Poulenc en Orthèl, nieuwlichters van die tijd.

Kennelijk was ook het lidmaatschap van de HKK voor leden van het Residentie Orkest toen nog een vanzelfsprekende zaak. We treffen tenminste vaak namen van vroegere orkestleden aan in de programma’s. Men had ensembles die vooral (of voor het eerst) in de Kring optraden, zoals het Boheemse Strijkkwartet (seizoen 1896-1897), de Haagsche Trio Vereeni­ging (Textor/Hack/lsterdael) op 17 april 1906.

Het Boheems Strijkkwartet circa 1897 (collectie kunstmuseum)

Dat de ensembles kwamen en gingen, maar de mensen bleven, zien we in de bezetting van het ‘Hollands Quintet’ (Oberstadt, Hack, v. d. Burg, Vink, lsterdael) dat zich mocht verheugen in een prachtige pers en koninklijke belangstelling tijdens hun optreden op 8 april 1915 Natuurlijk waren er ook toen vele routine concerten met mid­delmatige programma’s, soms uitgevoerd door matige musici en met soms (verdiend of niet) slechte kritieken.

Het Haagsch Strijkkwartet in 1928, foto van H. Berssenbrugge (collectie Kunstmuseum)

Vermakelijk is ook nu weer om te zien hoe heerlijk een kritiek ernaast is geweest als het om belangrijke meesters ging. Zo werden op 16 mei 1923 o.a. uitgevoerd werken van Auric, Satie (morceaux en forme de poire!), waarvan de kritiek luidde: ‘Het mag hier even aangestipt worden, dat wij van deze Franse hypermodernen meer verwacht hadden; de liederen van den heer Mesens uit Brussel onderscheidden zich echter als superieure werken’.

Tussen alle wisselende programma’s, bezettingen, bestuursleden, organisatoren en tegen alle wisselende windrichtingen in, was ook toen een aantal jaren één echte Haagse figuur jarenlang trouw met hetzelfde onderwerp bezig: Hugo van Dalen met Russische muziek.

In de jaren 1922 t/m 1940 (!) treffen wij in de boeken vrijwel ieder jaar Hugo van Dalen aan, die dan weer een ‘Russisch concert’ of een ‘Russische avond’ of een ‘lezing over Russische muziek’ gaf of voor een belangrijk deel mede verzorgde. Dat iemand bijna 20 jaar lang in staat is om ‘zijn’ Kring steeds van nieuwe concerten te voorzien en daarnaast er ook nog voor wist te zorgen dat Serge Bortkiewicz uit Berlijn naar Nederland kwam, om op 3 februari 1923 voor een tjokvolle zaal eigen werken te spelen, mag toch wel een geweldige prestatie genoemd worden.

Portret van Sergei Bortkiewicz met opdrachten aan Hugo van Dalen 1923 (collectie kunstmuseum)

Het kan niet anders of men komt, de kronieken lezend, feiten en data vergelijkend, oog- en oorgetuigen bezoekend, tot de conclusie dat de Haagse Kunstkring lange tijd een centrum is geweest van groot belang voor geheel cultureel Den Haag, misschien wel voor Nederland. Hier was een ‘platform’, een ‘workshop’ zonder dat deze afschuwelijke titels nodig waren, waar uitvoerders en componisten elkaar ontmoetten, samen speelden, discussieerden, ruzie maakten (ja, toen ook al). Waar men boos wegliep en vrijwel direkt terugkwam, voor de goede zaak. Het werkte gewoon en iedereen wist dat. Men kan terecht verzuchten, kijkend naar de laatste twintig jaar dat er veel verloren is gegaan. Dat is echter onvruchtbaar.

Laten we, om moed te putten nog eens nagaan welke grote (uitvoerende) toonkunstenaars de HKK binnen de muren heeft gehad. We komen dan namen tegen als: Julia Culp, Bart Verhallen, Julius Röntgen, Rosa Spier, Tecla Bruckwilder, Willem Ravelli, Jaap Stotijn, To v. d. Sluijs, Alexander Moskoski, Theo v. d. Pas, Hans Schouwman, Léon Orthel, Jaap Callenbach, Boris Pelsky, Anton v. d. Horst, Laurens Bogtman, Felix de Nobel, George van Renesse en vele anderen.

Jaap Stotijn door Riens van Santen (collectie Kunstmuseum)

Dat de afdeling Muziek ook toen al in staat werd geacht, en het inderdaad ook presteerde, om feesten op te luisteren, lezen we o.a. in het jaarboek.

Arnold Spoel arrangeerde muziek voor operette op sluitingsfeesten 22 en 24 april 1897. Alle genres muziek kwamen aan bod. Zo is meerdere malen een (kleinere) opera uitgevoerd.

Chronologisch waren dit: 1896- ‘De Schipbreuk’ van Johan Wagenaar.

J.Th. Toorop affiche voor Wagenaar’s “De Schipbreuk” litho (collectie museum Boymans van Beuningen)

1898- ‘La Surprise de l’Amour’ van F. Poix. 1920- ‘La Serva Padrona’ van G. B. Pergolesi. 1935 – ‘De Fortuinlijke Kist’ van Johan Wagenaar. Jammer dat uitvoeringen van o.a. Milhaud’s ‘Le Boeuf sur Ie toit’ en Monteverdi’s ‘L’lncoronazione di Poppea’ (al in 1925 gepland!) geen doorgang vonden.

De binding tussen dans en muziek was volop aanwezig. Er was vrijwel ieder jaar een dansmanifestatie, waarbij men de modernen zeker niet schuwde. Verschillende malen is aandacht besteed aan oosterse dansvormen. Vele dansers hebben in verband met activiteiten van de HKK een plaats gekregen in de jaarboeken: Xandra Stradowska, Randa le Noble, Joanne Booges, Dewi Soehita Urdayana, Hanneken Mouton, Peter Léoneff, Zizi Kosa e.a.

In de aanvang van zijn bestaan had de Kring nog Soirée’s en Matinée’s die ook werden aangekondigd als ‘vrij geregeld des Zondags om de 14 dagen muzikale matinée’s in de Sociëteitslokalen’. Eén daarvan, die van 7 ap.ril 1895 werd o.a. bijgewoond door Alphons Diepenbrock. Later werd meer de naam ‘concert’ gebruikt.

Mag ik dit korte overzicht besluiten met een keuze van enkele personen, gebeurtenissen en onderwerpen die elk een zeker facet van de geschiedenis van de vierde afdeling van de HKK weerspiegelen.

17 februari 1893 Gezellige bijeenkomst met Vincent d’lndy en Ernest Chausson februari 1896 Matinée met Skriabin en Jacques van Lier

3 maart 1896 Johan Wagenaar, De Schipbreuk in K & W

1897 Eerste optreden van het Boheems Strijkkwartet in Nederland

3 november 1898 Edouard Risler in de Kring aanwezig

De Franse Pianist en dirigent Edouard Risler, die in 1898 de Kring bezocht, tekening door J. Josselin de Jong (gouden boek)

20 november 1900  Soirée Arnold Spoel

Het Soirée Spoel vond plaats op 20 november 1900 (gouden boek)

17 januari 1902 Soirée François Rass

6 mei 1902 Soirée Carel Oberstadt

27 november 1902 Huldiging Johannes Orelio in K & W

Henricus, portret van Jos Orelio, ter gelegenheid van de huldiging van de zanger in november 1902 (gouden boek)

1904 Peter Benoit-avond m.m.v. voornamelijk Vlaamse artiesten 9 november 1906 Recital door Elly Ney en Jan Manifarges

28 april 1905 Dvorak-avond

Seizoen 1908/1909 Serie ‘Nederlandse Componisten Matinées’, no. IV hiervan: onuitgegeven werk van Willem Andriessen en Philip Loots

1 mei 1912 Oberstadt-avond

2 en 8 april 1915 Holland Quintet, in aanwezigheid van Koningin Emma en Prins Hendrik 11 april 

1918 Concert met Tecla Bruckwilder en Willem Ravelli

26 april 1919 Constant van Wessem, lezing over Debussy 

17 januari 1920 Arthur Petronio over moderne muziek in Italië 

7 februari 1920 Concert lgnacy Lilien

Voorplaat van Ignacy Lilien’s ‘Elégie sur la mort d’une princesse enchantée’ 1915 (collectie kunstmuseum)

1 mei 1920 Muziekdramatische avond o.l.v. Johan Wagenaar

8 januari en 26 maart 1921 Concerten met moderne franse muziek (Milhaud, Aubert, Soulage, Delune, Ravel)

14 oktober 1922 Eerste van vele Bortkiewicz-recitals door Hugo van Dalen, gevolgd door

3 februari 1923 Serge Bortkiewicz in de Kring

16 mei 1923 Le Groupe des Six

3 januari 1925 Vioolvirtuose lbolyka Gyarfas

Han van Meegeren, tekening van violiste Ibolyka Gyarfas (gouden boek)

10 januari 1925 Concert van moderne liederen (Milhaud, Respighi, Honegger)

8 mei 1926 Russisch vocaal Kedroff-kwartet (op kosten van Han van Meegeren) 

13 mei 1927 Lezing door Van Haersma Buma over draadloze telefonie i.v.m. muziek

3 november 1928  Marguerite Couperus zingt historische liederen in bijpassend costuum

20 april 1929 Optreden van o.a. Hans de Bock (zoon van Théophile) in werk van Ravel en hemzelf

24 februari 1930 Léon Orthel in eigen werk

25 oktober 1930 Concert door Moskowsky met o.a. eerste uitvoering van Bartok’s 1ste rapso­ die voor viool en piano

24 november 1931 Jubileumconcert HKK 40 jaar met werk van Röntgen, Oberstadt, Van Anrooy (omslag van het programma door Vilmos Huszar)

28 maart 1936 Concert Jacq. v. d. Burg ter gelegenheid van diens eerste concert bij de HKK in maart 1896

1 april 1936 Tsjechische sonatenavond (Benda, Janacek, Arman, Vorisek, Martinu) 

5 april 1937 Hans Schouwman en Laurens Bogtman

2 april 1940 Lezing door Sem Dresden

25 mei 1941 Jubileumconcert 50 jaar HKK in het Gemeentemuseum met o.a. Bouten’s ‘Beatrijs’ op muziek van Alexander Voormolen

Voorplaat van J.Th. Toorop voor Alexander Voormolen’s zetting van Boutens Beatrijs 1921 (collectie Kunstmuseum)

17 februari 1947 Benjamin Britten en Peter Pears in de Kunstkring, gevolgd door 

14 november 1948 Michael Tippelt