Haagse Kunstkring: werk verzameld publicatie uit 1977 / Voorwoord & Woord van de voorzitter

Haagse Kunstkring werk verzameld uitgegeven in 1977 door de Dienst Schone Kunsten ’s Gravenhage

Voorwoord door  Drs. Th. van Velzen
Directeur Dienst voor Schone Kunsten (1977)

en een woord van de voorzitter Albert Vogel (1977)

Voorwoord door Drs. Th. van Velzen
Directeur Dienst voor Schone Kunsten 1977

In het Haagse Gemeentemuseum, een gebouw van het kringlid H. P. Berlage, hebben al eerder – in 1938, in 1941 en in 1951 – tentoonstellingen van het werk van leden van de Haagse Kunstkring plaatsgevonden. Nu, bijna 25 jaar na de laatste tentoonstelling en op een moment dat het gebouw van de HKK weer een nieuwe toekomst tegemoet gaat, is er alle aanleiding om de plaats en betekenis van de Kring weer opnieuw aan de orde te stellen. Pikante bijzonderheid is, dat deze tentoonstelling is ingericht in de zalen van de eerbiedwaardige zustervereniging: Pulchri Studio. Op deze manier worden de bindingen, die in Den Haag tussen de beide kunstenaarsverenigingen en het gemeentemuseum bestaan, bijzonder onderstreept.

Albert Vogel, de algemeen voorzitter en met hem het bestuur van de HKK, hebben er – terecht – op aangedrongen dat in deze tentoonstelling de geschiedenis van alle afdelingen van de Kring zou worden belicht. Aan de ordening van het historische materiaal heeft Ronald de Leeuw met veel toewijding gewerkt. Daarnaast gaat mijn dank uit naar alle overigen die hebben meegewerkt aan de samenstelling van de tentoonstelling en de catalogus, te weten Albert Vogel, Nico Wijnen, Chris Verhoog, Rudolphine Eggink en Peter Führing. Hun bijdrage vormt een boeiende weerspiegeling van de grote veelzijdigheid van de HKK.

Tenslotte een woord van lof voor het Pulchri-lid Jan Kuiper, die ondanks deze diversiteit catalogus en tentoonstelling op zo heldere wijze heeft weten te presenteren.

Drs. Th. van Velzen
Directeur Dienst voor Schone Kunsten 1977

Albert Vogel jr.

Een woord van de voorzitter 

door Albert Vogel

Het was, eindelijk, na de gruwelijk koude winter, een zachte veelbelovende voorjaarsdag geweest. 

Pas tegen de avond stak een vochtige zeewind op die de wandelaars in de binnenstad huiverend hun jaskragen deed opslaan.

Op de hoek van het Buitenhof werden in het café Riche de gaslichten aangestoken, waardoor de spiegels en de koperen randen van de marmeren tafeltjes begonnen te glanzen in het gele warme licht.

Een veertiental deftige Haagse heren, voor een deel in geklede jas, allen met wandelstokken, de handschoenen bedachtzaam uittrekkend, verzamelden zich om enkele grote tafels in een apart deel van het lokaal, waar Théophile de Bock hen bijeen had geroepen om, onder het genot van een goed glas port, over de oprichting van een Kunstenaarsgenootschap te praten. Het was de eerste mei 1891.

Die avond nog werd beslist, dat de Vereniging ‘de Haagsche Kunstkring’ zou heten …..

Dit ‘geromantiseerde’ begin van de HKK roept de vraag op wàt deze kunstenaars bijeen bracht, om in één eigen vereniging uit te dragen. Het was dat wonderlijke Wagneriaanse ideaal om binnen deze vereniging beoefenaars van de meest uiteenlopende takken van kunst te ‘verzamelen’, in een verlangen dat het bijeen zijn ook tot een onderlinge verrijking, ja zelfs éénwording van alle kunsten zou bijdragen. De terugblik levert echter verre van een eenheid, veeleer een zeer rijkgeschakeerd beeld op.

Bij de samenstelling van deze tentoonstelling werd bovendien niet alleen getracht het spectaculaire, de hoogtepunten en primeurs die de Kring aan het Nederlandse of Haagse Kunstleven schonk, te belichten, maar ook werd aandacht gegeven aan die activiteiten die het ‘gezicht’ van de vereniging bepaalden. Juist door zulke voorbijgaande en voor een groot deel vergeten activiteiten als bijvoorbeeld het gestenspel van Willem van Konijnenburg ‘Waarheid en chimère’, een symbolisch bewegingsspel, met decors van Henricus en muziek door Willem Landré, de dansavonden van Jodjana of de expressionistische dansen van Grit Hegesa in samenwerking met de schilder H. F. Bieling, weer in de herinnering op te roepen, is die typische HKK-sfeer misschien het dichtst benaderd.

Om een verantwoorde historische afstand te nemen werden de laatste twintig jaren van het Kunstkringgebeuren, althans wat betreft de beeldende kunst niet opgenomen in de tentoonstelling. Wel worden in deze catalogus belangrijke evenementen uit die jaren wel degelijk gereleveerd. Uit praktische en technische overwegingen leek het, ook om een onevenwichtige samenstelling te voorkomen, uiteindelijk het beste om 1957 als afsluiting van de tentoonstelling te nemen. In dat jaar vestigde de Kring zich – daartoe in staat gesteld door een legaat van HKK-lid Leonora van Bijsterveld – in de Denneweg. De veelzijdige aard van de HKK is er qualitate qua de oorzaak van dat iedere poging om tot een ‘verzameld werk’ te komen, uiteindelijk zal moeten resulteren in een ‘bloemlezing’.

Albert Vogel

Algemeen Voorzitter

Haagse Kunstkring