Jan Paul Hinrichs: ‘Bremmerianen – Julie de Graag en haar kring: ‘tien kunstenaressen in Den Haag en Laren’. Uitgeverij Fragment, 2024
Door Margreet den Buurman
Onlangs verscheen bij uitgeverij Fragment een aardig boek van de auteur, slavist en vertaler Jan Paul Hinrichs over een aantal damesvolgelingen van de kunstpedagoog Henk Bremmer (1871-1956). De graficus en houtsnijkunstenares Julie de Graag, (Gorinchem 1877 – Den Haag 1924), krijgt een bijzondere plaats toebedeeld omdat zij levenslang een vurig volgelinge bleef en eruit springt voor wat betreft haar modernistische werk. Maar wie was Henk Bremmer, die tussen 1910 en 1940 als kunstpaus grote invloed had op de aanschaf van kunstwerken door musea en op wat door het grote publiek als ‘kunst’ werd beschouwd?
In de Haagse Trompstraat nr. 322 herinnert een plaquette de voorbijganger eraan dat hier tussen 1902 en 1956 de kunstpedagoog H.P. Bremmer woonde én praktijk hield. Bremmer was van eenvoudige komaf. Geboren in Leiden, runden zijn ouders aldaar een hotel. Hij wilde kunstschilder worden van beroep en probeerde hier en daar aansluiting te vinden. Zijn kracht bleek echter te liggen in voor anderen verwoorden wat kunst vermag, waarbij hij de nieuwste, moderne stromingen volgde. Hij ontwikkelde een particuliere, praktische kunstopvatting met spirituele tendensen. ‘Waarachtigheid’ en ’waarheidsgetrouw’ werden sleutelbegrippen in de Practische Aesthetica die hij ontwikkelde.
Zijn carrière nam een vlucht toen hem werd gevraagd lessen kunstzinnige vorming te geven bij de Haagse notarisfamilie Beekhuis. In 1895 trouwde hij met de oudste dochter Aleida, waardoor hij in hogere kringen werd geïntroduceerd.
In de Trompstraat begon hij omstreeks 1900 een kunstpedagogische praktijk waarin hij voor een ontvankelijk publiek – veelal dames uit gegoede kringen – causerieën hield. De kunstwereld was klein in het Haagse, men kende elkaar en kwam op zijn minst buurten. Het is daardoor niet moeilijk ons voor te stellen dat er banden waren met de Haagse Kunstkring. Vrouwelijke kunstenaarsleden of kunstlievende leden waren af en toe misschien toehoorders bij zijn lezingen. Bovendien gaf hij tussen 1903 en 1910 het maandblad Moderne Kunstwerken uit en tussen 1913 en 1938 verscheen van hem het maandblad Beeldende Kunst. Kunsthandels adverteerden in zijn tijdschriften. De bladen zullen op de leestafels hebben gelegen of in leesmappen worden aanbevolen. Dames Bremmerianen als Julie de Graag exposeerden in de Haagse galerie De Zonnebloem en in kunstzaal d’Audretsch, galeries waar ook kunstkringleden exposeerden en waarvoor werd geadverteerd. Julie de Graag verruilde Den Haag in 1904 voor Laren. Doordat haar ouders in Den Haag woonden, bleef daarnaast haar band met Den Haag.
Spoedig reisde Bremmer ook het land door en groeide hij uit tot een soort kunstmakelaar. Lezingen in de provincie gaf hij meestal op uitnodiging van een van zijn welgestelde leerlingen, die daartoe een kring om zich heen verzamelden. Bij al zijn lezingen aan huis of in het land, vertoonde hij een aantal paneeltjes in consignatie. Geïnteresseerd publiek kon een schilderij kopen.
Beeldend beschrijft Hinrichs de damesleerlingen van Bremmer met namen als Anna Egter van Wissekerke, Tjitske van Hettinga Tromp, Jo Koster, Ida Siewertsz van Reesema en Julie de Graag. Ze konden zich bijna allen de bouw van een villa in het Gooi veroorloven, waar Bremmer dan ook weer langskwam voor een causerie met lichtbeelden en wat schilderijen in de verkoop. Hij vroeg 3 gulden per persoon per les – ongeveer 50 euro in de huidige tijd. Bremmer was decennia hun leidsman; ze volgden hem klakkeloos en hingen aan zijn lippen.
Een van de grote volgelingen van Henk Bremmer werd vanaf 1905 Hélène Kröller-Müller, getrouwd met de puissant rijke ondernemer Anton Kröller. Vanaf eind 1907 werd hij haar vaste adviseur voor kunstaankopen.
Bremmer moet charisma hebben gehad én het vermogen anderen, vooral de dames, het gevoel te geven dat hij er speciaal voor hén was. Julie de Graag en sommige anderen uit haar kring dweepten met hem. Het boek van Hinrichs geeft een aanzet om zich nog eens te verdiepen in het kunstenaarslandschap in de eerste decennia van de 20e eeuw, toen dames uit hogere kringen een ontsnappingsroute zagen in een ongebonden kunstenaarschap onder de vleugels van een leidsman.
Tot en met 16 februari 2025 is in het Haagse Escher museum aan het Voorhout een expositie ingericht met werk van Julie de Graag.
https://www.escherinhetpaleis.nl/tentoonstelling/julie-de-graag
Jan Paul Hinrichs: ‘Bremmerianen – Julie de Graag en haar kring: tien kunstenaressen in Den Haag en Laren’. Uitgeverij Fragment, 2024. 135 pp.
Bronnen: Hanna Klarenbeek: ‘Penseelprinsessen & broodschilderessen, vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913’. Uitgeverij Toth Bussum, 2012;
DBNL: ‘Een autoritaire kunstpedagoog, de biografie van H.P. Bremmer’. In: Biografie Bulletin, jaargang 17, 2007. Auteur: Caroline Roodenburg-Schadd – over de biografie van Hildelies Balk.
Foto: Portret van H.P. Bremmer door Bertha van Hasselt – ca.1921. Bron: Wikipedia/public domain

